Informant mag compromitterende documenten achterlaten

10 apr 2015 Informant mag compromitterende documenten achterlaten

ANTWERPENAntwerpse hof van beroep adviseert negatief over tweede herziening van ‘voorbeeldproces’

De eerste kamer van het hof van beroep in Antwerpen leverde dinsdag al voor de tweede keer een adviserend arrest af over de mogelijke herziening van een dossier dat eind vorig millennium werd aangekondigd als hét voorbeeldproces waarbij de BTW-fraudeurs definitief zouden schaakmat gezet worden. Hoewel de bewijzen zwart op wit in het dossier zitten dat de speurders zelf hun informanten op pad stuurden om de fraude op te zetten, én om valse bewijzen te creëren tegen de zogezegde fraudeurs (er moesten bezwarende documenten in het handschoenvakje en in het kantoor van de verdachte verstopt worden!), wegen die nieuw aan het licht gekomen feiten voor het hof niet zwaar genoeg om Cassatie positief te adviseren tot een herziening.

Zelden hebben we toppleiters zo verbijsterd en aangeslagen zien reageren na een gerechtelijke uitspraak. “Dit is inderdaad zwaar om dragen”, zeggen Joris Vercraeye en KUL-prof Strafrecht Raf Verstraeten. “We waren echt zeker van ons stuk. Wat is er dan wél nodig om tot een herziening te komen?” Een dergelijk advies, dat -vreemd genoeg- werd gevraagd aan hetzelfde hof dat de straf had uitgesproken, zou bindend zijn voor Cassatie. Filip M. en de broers D. moeten zich dus geen illusies maken. De laatste strohalm is Straatsburg. Intussen hebben alle veroordeelden, op de informant na, wel al lang hun straf uitgezeten.

Politionele uitlokking

Bij een vorige gelegenheid, vier jaar geleden, weigerde datzelfde hof van beroep een positief advies te geven aan Cassatie om het (toen) drie jaar oude arrest te herzien waarin de broers Tom (42) en Walter (50) D. elk werden veroordeeld tot vijf jaar cel, een fiscale geldboete van een half miljoen frank en de verbeuring van in totaal ruim 1,350 miljard frank niet afgedragen én onrechtmatig terugbetaalde BTW in een gigantische fraudecarrousel in de sector van de gsm-verkoop.

Tijdens de behandeling gaf het OM destijds toe dat één van de mannen die de broers aanwijzen als organisator van de BTW-carrousel, wel degelijk een informant van de gerechtelijke politie van Namen was. Maar de man zou met de carrousel van Walter en Tom D. niets te maken hebben. Het hof nam die visie over, zij het met enige reserve: “Het staat niet vast dat Rabah B. een gecodeerde politie-informant is, en mocht dat wél het geval zijn, dan nog ontbreekt elk gegeven dat niet al tijdens de behandeling van de zaak gekend was en waaruit blijkt dat de man inderdaad in opdracht van de politie werkte. Er werden dus geen nieuwe gegevens aangedragen die politionele uitlokking aannemelijk maken. De nieuwe elementen zijn niet beslissend genoeg voor een positief advies over een eventuele herziening van het proces”.

Hiermee viel, op ‘Straatsburg’ na, definitief het doek over wat ooit werd aangekondigd als hét voorbeeldproces m.b.t. de aanpak van de financiële fraude. Voor het hof was het geurtje wat eraan hangt immers niet penetrant genoeg om de hele zaak nog eens over te doen. Toch verklaarde Cassatie vier jaar later, op grond van nieuwe stukken, een tweede herziening ontvankelijk.

Gecodeerde informanten

Het Antwerpse hof van beroep veroordeelde de broers op 18 september 2001 tot een effectieve celstraf van vijf jaar voor hun aandeel in een grootschalige BTW-fraude. De verdediging heeft altijd gepleit dat de twee het slachtoffer werden van politionele uitlokking, maar kreeg pas na de definitieve veroordeling door het Hof van Cassatie de nodige bewijzen in handen. De advocaten hadden een herzieningsprocedure opgestart om het arrest te laten vernietigen. Het Antwerpse hof van beroep moest Cassatie daarin adviseren. En het OM het hof.

Volgens dat OM was er geen enkele reden waarom het hof een positief advies zou uitbrengen. “Er werd in deze zaak niet gewerkt met informanten of bijzondere opsporingstechnieken. Het Comité P heeft de zaak onderzocht, maar er zijn geen concrete feiten naar voren getreden dat er fouten gepleegd zijn tijdens het onderzoek”, zei advocaat-generaal De Mond. “Marco S is een informant, maar heeft met deze zaak niets te maken.” Maar volgens de verdediging was hij wel degelijk de grote organisator achter de fraude, die daarbij geholpen werd door Laurent A. en Rabah B. En het waren nu juist de bekentenissen van die laatste die de hele zaak aan het rollen brachten.

Oeps

Tijdens het proces heeft de verdediging altijd volgehouden dat er sprake was van politionele uitlokking. Maar pas nadat het Hof van Cassatie hun beroep had afgewezen, en de uitspraak dus definitief werd, kreeg de verdediging hiervoor de bewijzen in handen. Jean-Marc S., alias Marco S, Rabah B. en Laurent A. zouden volgens Walter en Tom D. niet alleen de BTW-carrousel hebben opgezet, maar zij zouden ook informanten zijn van de toenmalige gerechtelijke politie (GP) van Namen. Bovendien zouden ze de hele carrousel in opdracht van de speurders hebben opgezet en er niets vermoedende handelaren bij hebben betrokken.

Toen dit na zijn veroordeling uit kwam, plaatste Walter D. de foto’s van de drie op het Internet. Hij werd prompt door het parket voor de strafrechter gedaagd voor schending van de privacy. Toen hij dat dossier mocht inkijken, bleek daar een document te zijn in gesmokkeld waaruit zwart op wit bleek dat de hoofdcommissaris van de GP van Namen aan de Brusselse Computer Crime Unit gevraagd had om de foto’s van het net te halen, omdat het ‘gecodeerde informanten’ waren die al jaren voor de politie werkten én dat de speurders in Antwerpen daar op de hoogte moesten van zijn. Plots vroeg het OM zelf een buitenvervolgingstelling voor deze feiten, zodat dit potje gedekt kon blijven.

Het was ook Rabah B. die door zijn ‘spontane bekentenissen’ het onderzoek naar de BTW-fraude op gang had gebracht. De strafrechter veroordeelde hem tot een effectieve celstraf van vijf jaar, maar ‘toevallig’ kreeg hij een verkeerd vonnis betekend, waardoor hij dus aan zijn straf ontsnapte. In een brief bevestigt hij dat hij “werd misbruikt om de operatie tegen de broers D. op te zetten”. Jean-Marco S. en Laurent A. bleven eveneens buiten schot, maar hun namen duiken sindsdien alweer op in een andere BTW-carrousel.

Een beetje procedure

Wie in dit land strafrechtelijk veroordeeld wordt en het eindarrest is ‘in kracht van gewijsde getreden’, wat zoveel betekent als dat het definitief is geworden na het verstrijken van de termijn voor hoger beroep en/of Cassatie (15 dagen na uitspraak), kan die veroordeling uiterst moeilijk ongedaan laten maken, ook al komt later vast te staan dat er nieuwe omstandigheden bekend raken waarvan de veroordeelde het bestaan niet kon aantonen ten tijde van de procedure, en die zouden kunnen wijzen hetzij op onschuld, hetzij op een te zware bestraffing. De enige procedure die daar alsnog een mouw kan aan passen, is een ingewikkelde ‘aanvraag tot herziening’ bij het Hof van Cassatie.

Deze specifieke procedure heeft in dit dossier een pervers trekje: Cassatie doet eerst uitspraak over de ontvankelijkheid van het verzoek en vraagt dan, voor het eventueel de uitspraak verbreekt, een advies aan datzelfde of een ander hof van beroep. De vraag die wordt voorgelegd is of het oordeel van de rechters in beroep anders zou kunnen geweest zijn als zij tijdens het beraad over die nieuwe informatie hadden beschikt. Op zijn beurt laat de eerste voorzitter van het hof zich adviseren: door het parket-generaal. Dat is één en ondeelbaar en in de praktijk werd het advies zelfs uitgebracht door de advocaat-generaal die eerder al geadviseerd had bij de behandeling ten gronde.

Irma L.

Waarnemers hebben er een probleem mee dat in dit geval zowel het hof als het OM eigenlijk over zichzelf moeten oordelen. Kan je van een aanklager wel verwachten dat die, nadat hij eerst maandenlang zijn tanden heeft stukgebeten op de bewijsvoering à charge, plots de zaken anders wil bekijken? Overigens, volgens de jongste berichten heeft de advocaat-generaal zich inmiddels laten vervangen door een collega. Naar verluidt gebeurde dat nadat de stukken van het Comité P nu toch aan het dossier werden toegevoegd. En daaruit zou zwart op wit bljken dat de hoge magistraat van in het begin wél op de hoogte was van de rol van de infiltranten. Hij is dus steeds het licht van de zon blijven ontkennen.

In onze vaderlandse geschiedenis is een vraag tot herziening niet echt een grote uitzondering. Het gebeurt echter heel weinig dat Cassatie de vraag toelaatbaar en ontvankelijk oordeelt, en dus het hof van beroep om het boven beschreven advies vraagt. Nog minder leidt dat tot een nieuw proces. En zelfs dan heeft dit na de oorlog slechts enkele keren geleid tot een hervorming van het eerste arrest: de bekendste voorbeelden zijn het spraakmakende dossiers Irma L en Baron Benoit de Bonvoisin. De Oostduinkerkse boerin werd 52 jaar na haar executie wegens landverraad en verklikking van verzetsmensen postuum vrijgesproken en in ere hersteld.

‘Materiële vergissing’

Terug naar de BTW-carrousel. Illegale politiemethodes leiden in elk beschaafd land tot een buitenvervolgingstelling of vrijspraak. In dit dossier kon, aan de hand van informatie uit een ander strafonderzoek, aangetoond worden dat de drie informanten wel degelijk voor de politie werkten en “op alle mogelijke manieren bescherming genoten”.

Er zijn nog voorbeelden van die ‘allerlei manieren’: zo stelde de raadkamer de speurder, die overduidelijk meineed had gepleegd toen hij onder ede verklaarde één van de informanten niet te kennen, buiten vervolging. “Ook al blijkt uit een brief van federale politie in Namur dat hij wél op de hoogte was, dan nog kan hij het ‘zich niet herinnerd’ hebben”, stelde de raadkamervoorzitter. En in het vonnis ten gronde in de eigenlijke carrousel werd één van de drie informanten, de enige die mee vervolgd werd, veroordeeld tot vijf jaar cel. Ook werd zijn onmiddellijke aanhouding bevolen.

Maar ‘per ongeluk’ kreeg die man, die nooit kwam opdagen, een verkeerd vonnis betekend, eentje waarin iemand anders slechts enkele maanden voorwaardelijk kreeg voor heel andere feiten. Daardoor werd zijn ‘veroordeling’ nooit definitief. Het parket noemt dit “een materiële vergissing”, maar insiders herkennen dit als de gebruikelijke truc van het parket om de informanten van de politie uit de wind te zetten. De man woont inmiddels in Frankrijk. Zijn twee kompanen bleven helemaal buiten schot en hun namen duiken alweer op in de volgende BTW-carrousel.

Valselijk bekennen om vrij te komen

In één van de vorige Antwerpse arresten waar Cassatie, op vraag van de verdediging, het hof om advies heeft gevraagd, deed zich een verrassende wending voor. Een man die tot tien jaar cel was veroordeeld voor twee bankovervallen, kon na de veroordeling aantonen dat hij de feiten niet kan gepleegd hebben. Het zag er goed uit, maar enkele dagen voor de beslissing tot verbreking bekende hij plots toch de feiten, zodat de procedure bij Cassatie ‘zonder voorwerp’ kwam te vallen.

Mede door de lange voorhechtenis had de man al zo lang in de gevangenis gezeten, dat hij al lang in aanmerking kwam voor een vervroegde voorwaardelijke invrijheidstelling. Eén van de voorwaarden voor die vrijlating is echter schuldbesef. En hoe kan je nu schuld beseffen voor feiten waarvan je steeds hebt voorgehouden dat je ze niet gepleegd hebt?

Door een leugen om bestwil kwam de man een week na zijn ‘bekentenis’ dus wél vrij. In het andere geval had hij minstens nog de hele procedure voor Cassatie moeten afwachten, en dan nog zonder enige garantie op succes. Gelukkig voor hem is het parket niet gaan onderzoeken of hij de feiten wel echt kan gepleegd hebben.

 

Jan Heuvelmans